Ik wil het niet meer zien.

De haat, de immense haat.

Ik begrijp het niet

Ik kan niet begrijpen hoe mensen met kinderen grappen kunnen maken nadat ze een foto hebben gezien van een kind dat is verdronken in de Middellandse Zee.

Ik kan niet begrijpen dat mensen zonder kinderen hier grappen over maken.

Ik kan niet begrijpen hoe mensen kunnen lachen en feestvieren omdat honderden mensen uit pure wanhoop de overtocht hebben gewaagd, met fatale afloop.

Ik kan niet begrijpen hoe mensen zoveel kunnen haten.

Ik kan niet begrijpen niet dat mensen andere mensen haten vanwege hun kleur of geloof.

Ik haat deze hatende mensen niet, ik wil niet haten.

Ik haat, toch, ik voel haat voor hun haat.

Ik wil niet haten, ik haat het om te haten.

Ik wil niet haten, maar ik haat.

Ik wil het niet meer zien, ik heb er teveel van gezien. Ik wil wegkijken.

Reageren op haat veroorzaakt meer haat.

Verdronken in haat.

Ik wil niet wegkijken.

Dilemma’s.

Verdomme, ik haat dilemma’s.