Gisteren zat ik na een dag werken – zoals zo vaak – in de trein tussen Zwolle en Emmen. De conducteur kwam en vroeg om een vervoersbewijs. Nee, niet de mijne. Hij had zijn aandacht gericht op een vrouw met een kinderwagen en zijn vermoeden bleek juist: De vrouw raakte in paniek nadat ze tot de ontdekking kwam dat ze haar dagkaartje had verloren. Ze probeerde het in gebarentaal aan de conducteur uit te leggen, want ze sprak geen Nederlands en ook geen Engels. De conducteur begreep dat de vrouw zonder kaartje in de trein zat en vroeg haar om een identiteitsbewijs. Na een paar keer geïrriteerd en luid vragen (alsof het daarmee duidelijker wordt) om een ‘papier’, ‘ID’, of ‘Paspoort’  met aanvullende gebaren overhandigde de vrouw een papier van de IND.

Intussen zei hij zonder haar een blik waardig te gunnen: “You no ticket, I give you ticket”

De conducteur haalde een digitaal apparaat tevoorschijn en begon met er met zijn pennetje op te tikken. Intussen zei hij zonder haar een blik waardig te gunnen: “You no ticket, I give you ticket”. De vrouw zei iets in haar eigen taal. De conducteur antwoordde met: “Dat versta ik niet, dat bla bla bla.” Hij gaf de vrouw een kaartje Zwolle – Emmen met daarbij een boete van 62 euro. De vrouw begon te huilen. Intussen keken de overige reizigers zoveel mogelijk de andere kant op. De vrouw keek de conducteur met tranen in haar ogen aan en uit haar mond kwam één van de weinige Engelse woorden die ze kent: “Please, please please!” De conducteur zei geen woord meer, draaide zich om, en ging in de eerste klas staan om met betalende eersteklas reizigers te keuvelen. De vrouw was zichtbaar in paniek, en ze had geen idee wat er zojuist was gebeurd.

Station Emmen: Eindstation. De huilende vrouw zat op het klapstoeltje naast de treindeur en iedereen die uitstapte keek haar even aan. Niemand zei iets, niemand deed iets. De vrouw keek verward om zich heen en vroeg aan mij: “Emmen?” Ik zei dat we in Emmen waren, en ik hielp haar met haar kinderwagen de trein uit. Ze huilde nog steeds hardop, en de baby in haar kinderwagen was intussen ook wakker geworden en begon ook mee te huilen. Ik maakte me kwaad om de botte conducteur, die ik op een paar meter afstand een sigaret zag opsteken.

Ik besloot de vrouw te gaan helpen. Ik moest eerst weten welke taal ze sprak. Ik vroeg haar in het Engels waar ze vandaan kwam. Via het papier van de IND dat ze mij had laten zien kwam ik er achter dat ze uit Eritrea komt. Ik gebaarde haar dat ze moest wachten. Gelukkig kreeg ik intussen hulp van een aardige jonge vrouw die ook iets van het gedoe had meegekregen en graag wilde helpen. Ik belde mijn vrouw, die werkzaam is bij Vluchtelingenwerk. Zij moest snel een tolk regelen. De jonge vrouw maakte kortstondig van etnisch profileren een deugd sprak een passerende jongeman aan die qua uiterlijk best wel eens uit Eritrea zou kunnen komen. We hadden geluk, hij was inderdaad Eritrees en sprak redelijk Nederlands. Zo kwamen we erachter dat de vrouw in het AZC in Musselkanaal woont en geen geld, en nu ook geen kaartje meer had om haar reis te vervolgen. Wij boden aan haar te helpen. We waren beiden met de auto, en bereid haar naar Musselkanaal te brengen. De jongen begreep ons helaas ook niet goed en dacht dat we hem om financiële hulp vroegen om de vrouw op de bus te kunnen zetten naar Musselkanaal. Hij liet ineens zijn lege portemonnee zien en vertelde ons dat hij ook problemen had. We vertelden hem dat wij geen geld willen. Mijn vrouw belde terug, ze had een tolk geregeld. Via mijn telefoon vertelde de tolk haar dat één van ons haar naar Musselkanaal wilde brengen met de auto en dat we daarvoor geen geld hoeven te hebben. Ze begreep het en nam ons aanbod dankbaar aan.

Musselkanaal

Omdat het voor een vrouw, die toch al overstuur is, prettiger is om met een andere vrouw mee te rijden dan met een voor haar onbekende man besloten we dat het beter dat ze niet met mij zou meerijden maar met de jongedame. We kwamen er al snel achter dat de kinderwagen niet in haar auto paste en dat ik meer ruimte had in mijn auto, dus zat er niets anders op dat ik de Eritrese vrouw toch naar Musselkanaal zou brengen. Ik bedankte de vrouw voor haar hulp en haar aanbod om te rijden en vertrok richting het Groningse platteland.

Met haar prachtige baby in haar armen zat ze op de passagiersstoel en keek af en toe angstig om zich heen. Ze lette op alle verkeersborden en vroeg om de 5 minuten: “Musselkanaal”? Ik antwoordde “Not yet” en hoopte dat ze het zou begrijpen dat de rit iets langer duurt dan 5 minuten. Na een omleiding en bijna 3 kwartier kwamen we aan in Musselkanaal. Ze herkende de omgeving en ik zag ineens een grote glimlach op haar gezicht toen we het terrein van het AZC opreden. Ik merkte dat er een enorme spanning van haar afviel. Ze zei ongeveer 28 keer “Thank you” tegen mij. Nadat ze was uitgestapt en haar baby, die door de autorit weer in slaap was gevallen, in de kinderwagen had gelegd keek ze mij vriendelijk aan en merkte ik dat ze meer Engelse woorden kende dan ik had verwacht. “Coffee? Tea?” Ik wees haar aanbod vriendelijk af vanwege een afspraak en nam met een handdruk afscheid.

Op de terugweg dacht ik aan al die mensen die zwijgend langs de huilende vrouw liepen. Sommigen namen zelfs bewust een andere uitgang om haar te vermijden. En ik dacht aan de conducteur “Eat that motherfucker” dacht ik, “met je stomme apparaatje, je stomme pennetje en je stomme boete die toch niet betaald gaat worden. Ha!”